De nieuwe regels voor pensioen vroegen de afgelopen jaren veel van het verantwoordingsorgaan (VO) van bpfBOUW. Nu de verkiezingen voorbij zijn, kijkt oud-voorzitter Frits Scheublin terug én vooruit. Wat neemt het VO mee de komende jaren?
Dit jaar is in meer dan 1 opzicht bijzonder voor bpfBOUW. Op 1 januari 2026 stapte het fonds over op de nieuwe pensioenregels. Ook bestaat bpfBOUW dit jaar 75 jaar. Het verantwoordingsorgaan van bpfBOUW is een stuk jonger: het bestaat nu 10 jaar. In het verantwoordingsorgaan zitten vertegenwoordigers van werknemers, werkgevers en gepensioneerden. Zij controleren of het bestuur van bpfBOUW goede keuzes maakt. ‘Het is een van de taken van het VO om het bestuur te laten weten wanneer iets niet goed gaat’, zegt gepensioneerde Frits Scheublin. Hij was de afgelopen 4 jaar voorzitter van het VO.
De vertegenwoordigers van het VO worden gekozen via verkiezingen. Die verkiezingen zijn net achter de rug. Voor Frits is dat een logisch moment om terug te blikken én vooruit te kijken. Een ding lijkt zeker. De komende 4 jaar wordt het waarschijnlijk minder druk voor de leden van het VO dan de afgelopen jaren. De overstap naar de nieuwe regels voor pensioen op 1 januari 2026 zorgde voor veel werk. ‘Het heeft me veel tijd gekost om te begrijpen hoe het in elkaar zat. Het lijkt vrij eenvoudig, maar dat was het niet. Zo’n grote verandering als deze maak je waarschijnlijk niet snel nog een keer mee. Ik begrijp van mijn voorgangers dat het nooit zo hectisch was als de afgelopen jaren. Maar interessant was het zeker.’
Volgens Frits was het bij de nieuwe regels voor pensioen belangrijk dat de vertegenwoordigers van werkgevers, werknemers en gepensioneerden ieder een eigen advies mochten geven. Normaal geven zij samen 1 advies. Maar bij deze nieuwe regels pakten sommige maatregelen voor de ene groep beter uit dan voor de andere. Daarom mochten de 3 parijen apart adviseren.
Voor vertegenwoordigers van de gepensioneerden was het belangrijk om het onderzoek naar risicobereidheid naar voren te halen. BpfBOUW onderzoekt iedere 5 jaar hoeveel risico deelnemers en gepensioneerden bereid zijn te nemen als het gaat om beleggingen. Door de invoering van de nieuwe regels voor pensioen is dit onderzoek iets naar voren gehaald. BpfBOUW belegt nog steeds collectief het geld dat werknemers samen met hun werkgevers opzijzetten voor hun pensioen. Dat was zo en dat blijft zo. Maar de opbrengsten worden vanaf 1 januari 2026 anders verdeeld: afhankelijk van leeftijd. Jongere werknemers kunnen meer risico nemen bij beleggen, omdat zij nog veel tijd hebben tot hun pensioen. Voor gepensioneerden wordt voorzichtiger belegd, omdat zij geen daling van hun pensioen willen. ‘Tegelijk laat onderzoek zien dat ook gepensioneerden enig risico moeten durven nemen als zij willen dat hun pensioen meegroeit met de stijgende prijzen. Als er heel voorzichtig wordt belegd, dan kan hun pensioen steeds verder achterblijven. Daarom hebben we erop aangedrongen om dit onderzoek al dit voorjaar uit te voeren.'
Frits vindt het belangrijk om samen met de andere leden van het VO op te komen voor de mensen die zij vertegenwoordigen. Hij vindt het ook inspirerend om via het VO contact te hebben met collega’s van andere bouwbedrijven. Het VO moet goed blijven letten op de communicatie met deelnemers vindt Frits. 'In de bouwnijverheid werken veel verschillende mensen: op de bouwplaats, op andere werkplekken en op kantoor. Sommigen hebben moeite met lezen of spreken nog niet zo goed Nederlands. Het is belangrijk dat we ook deze deelnemers op de juiste manier bereiken. Daarom moet pensioeninformatie voor iedereen duidelijk zijn.'