Interview met Leon Faro, lid VO namens de werknemers

Leon Faro is namens de FNV vertegenwoordiger van de werknemers binnen het Verantwoordingsorgaan van bpfBOUW. ‘Ik geef de afgelopen vier jaar net geen 8, omdat we onszelf hebben moeten ontdekken. Maar dat het VO er is gekomen vind ik een meesterzet.’

‘Ik verbaasde mij er altijd over dat er in onze sector zo weinig belangstelling was voor pensioen,’ vertelt Leon. ‘Eigenlijk kwam ik vrijwel nooit iemand tegen die er uit zichzelf over begon. Terwijl het toch belangrijk is. De laatste jaren hebben de overheid en media meer aandacht voor pensioenen. Met als gevolg dat mensen maar wat zijn gaan roepen. Van desinteresse ging het naar ongefundeerde meningen. Niet echt een verbetering. Dat was voor mij een van de redenen om mij meer te gaan verdiepen in het pensioen.’

Professioneler

Hij deed de pittige Masterclass Pensioenen bij FNV Young en kwam in de Deelnemersraad van bpfBOUW. Deze werd in 2014 vervangen door het huidige VO. ‘Dat was een wettelijke verplichting, maar ik vond het een meesterzet. Vooral omdat het VO een andere positie heeft. Het is veel meer een gesprekspartner voor het bestuur en de Raad van Toezicht. We luisteren naar elkaar en er wordt informatie gedeeld, ook over meer vertrouwelijke dingen. De medezeggenschap is dankzij het VO professioneler geworden.’

Leon ging er realistisch in. ‘Ik was niet zo naïef om te denken dat ik iets kon roepen en dat het vervolgens geregeld zou worden. Mijn insteek was veel meer dat áls ik ergens invloed op wil hebben, al is het maar de communicatie, ik in het VO op de goede plek zit.’

‘Het VO let onder andere op het dagelijks bestuur, hoe ligt de krachtenverdeling? We kijken kritisch naar de uitbesteding van de uitvoering aan APG. En we denken mee over de manier waarop wordt gecommuniceerd. We werken daarbij samen met de RvT. Die interactie verloopt heel prettig.’

Een 7,5

Terugblikkend geeft Leon de vier jaar VO een 7,5. ‘Geen 8, want we hebben onszelf moeten ontdekken. Wat is de ideale modus? Dat heb je niet in een jaar voor elkaar. Mensen blijven mensen. Maar de efficiency is vooral de afgelopen 1,5 jaar omhoog gegaan. We behandelen meer en verdelen taken goed, ook doordat we in commissies werken. Zij bereiden de adviezen voor. Het vertrouwen dat zij dat goed en serieus doen is er. Je kan gewoon niet alle stukken zelf beoordelen.’

Bij de aankomende verkiezingen plaatst Leon een kanttekening. ‘Het woord “verkiezingen” kan mensen op verkeerde been zetten. Want alleen de gepensioneerden kunnen hun vertegenwoordiger zelf kiezen. Maar dat er na vier jaar een vernieuwing komt, vind ik heel goed. Het zou niet goed zijn als we jarenlang hetzelfde VO houden. Nieuwe ronde, nieuwe visies, nieuwe accenten, nieuwe kansen. Mijn tip voor mensen die overwegen zich kandidaat te stellen: doe het vanuit affiniteit met pensioenen, niet vanuit onvrede. En een praktisch punt: je moet er wel de tijd voor hebben.’