Overlijden

U bouwt niet alleen pensioen op voor uw eigen oude dag. U bouwt ook iets op voor als u overlijdt.

Uw partner krijgt dan een partnerpensioen. Uw kinderen een wezenpensioen.

  • Wij horen van de gemeente dat u overleden bent. Uw nabestaanden hoeven hier niets voor te doen. 
  • Binnen een maand na de melding van uw overlijden ontvangen uw nabestaanden een aanvraagformulier. Daarin staat hoe hoog het partnerpensioen en het wezenpensioen is.

Let op!

Als u in het buitenland woont, moeten uw nabestaanden wel aan ons doorgeven dat u overleden bent.

Uw partner krijgt na uw overlijden het partnerpensioen dat u had kunnen opbouwen tussen 1 januari 2018 en de maand waarin u 67 zou worden. Hier komt 70% van het ouderdomspensioen bij dat u hebt opgebouwd tot 1 januari 2018. U moet op het moment van overlijden wel in de bouw werken.

Werkt u niet meer in de bouw? Uw partner krijgt dan het partnerpensioen dat u heeft opgebouwd toen u nog in de bouw werkte.

Lees meer over partnerpensioen.

Uw kinderen krijgen tot hun 18e wezenpensioen. Als ze studeren krijgen ze dat tot hun 27e jaar. Uw kind moet dan wel ieder jaar bewijzen dat het nog studeert. Op Mijn Bouwpensioen of op uw jaarlijkse pensioenoverzicht ziet u hoeveel partnerpensioen en wezenpensioen u heeft opgebouwd.