Overlijden

U bouwt niet alleen pensioen op voor uw eigen oude dag. U bouwt ook iets op voor als u overlijdt.

Uw partner krijgt dan een partnerpensioen. Uw kinderen een wezenpensioen.

  • Wij horen van de gemeente dat u overleden bent. Uw nabestaanden hoeven hier niets voor te doen. 
  • Binnen een maand na de melding van uw overlijden ontvangen uw nabestaanden een aanvraagformulier. Daarin staat hoe hoog het partnerpensioen en het wezenpensioen is.

Let op!

Als u in het buitenland woont, moeten uw nabestaanden wel aan ons doorgeven dat u overleden bent.

Uw partner krijgt een deel van het pensioen dat u op het moment dat u overlijdt heeft opgebouwd. De hoogte hangt af van het moment waarop u overlijdt:

  • U overlijdt voor uw pensioendatum;
    Uw partner krijgt 70% van het pensioen dat u in totaal had kunnen opbouwen. U moet op het moment van overlijden wel in de bouw werken. 
  • U overlijdt na uw pensioendatum;
    Als u overlijdt nadat u met pensioen bent gegaan, krijgt uw partner 70% van uw pensioen. Bekijk meer informatie over partnerpensioen.
Uw kinderen krijgen tot hun 18e wezenpensioen. Als ze studeren krijgen ze dat tot hun 27e jaar. Uw kind moet dan wel ieder jaar bewijzen dat het nog studeert. Op Mijn Bouwpensioen of op uw jaarlijkse pensioenoverzicht ziet u hoeveel partnerpensioen en wezenpensioen u heeft opgebouwd.