Zolang u werkt, leggen u en uw werkgever elke maand geld in voor uw pensioen. Dit beleggen we gezamenlijk. Van de gezamenlijke opbrengst betalen we eerst de vermogensbeheerkosten. Daarna verdelen we de rest (het rendement) over alle pensioenpotten volgens vaste afspraken. Als u met pensioen gaat, zetten we uw pensioenpot om in een maandelijks pensioen.
Beleggen is nodig voor een goed pensioen. Sparen levert niet genoeg op. Maar beleggen kent ook risico's. Beleggingen kunnen meer of minder waard worden. Uw pensioenpot nu, en uw verwachte pensioen straks, kunnen daardoor stijgen en dalen. Wij verwachten dat uw pensioenpot op lange termijn omhooggaat.
Beleggingen kunnen meer of minder waard worden. Dat is het rendement op de beleggingen. Rendement kan dus positief zijn. Dan worden de beleggingen meer waard. Maar rendement kan ook negatief zijn. Dan worden de beleggingen minder waard.
Het rendement verdelen we over alle pensioenpotten. Daardoor gaat uw pensioenpot elke maand omhoog of omlaag. Ontvangt u pensioen? Dan ziet u het effect één keer per jaar terug in uw maandelijks pensioen. We hebben maatregelen genomen om uw pensioen zo stabiel mogelijk te houden. Hierover leest u meer bij uw pensioen beweegt omhoog en omlaag.
Het verdelen van het rendement gaat volgens regels die bpfBOUW vooraf heeft opgesteld. U vindt ze in de bijlage van ons pensioenreglement of in de tekst hieronder.
We beleggen alle pensioenpotten voor iedereen gezamenlijk. Daarvoor maken we kosten. Van het rendement betalen we eerst kosten voor vermogensbeheer.
We ‘beschermen’ uw pensioen gedeeltelijk tegen de gevolgen van schommelingen in de rente. Dat is het ‘beschermingsrendement’. Als de rente daalt, voegen we geld toe aan de pensioenpotten om de negatieve invloed van de rente op het (verwachte) pensioen te beperken. Wanneer de rente stijgt, gebeurt het omgekeerde .
Beschermingsrendement kan ook negatief zijn. Er wordt dan geld onttrokken aan de pensioenpotten wat ook kan vanwege de positieve invloed van de rente op het verwachte pensioen. Dat doen we elke maand.
Een lage rente maakt pensioen duur. Bij een dalende rente is er nu meer geld in de pensioenpot nodig om straks hetzelfde pensioen elke maand te kunnen betalen. Als de rente stijgt, is er juist minder geld nodig uit uw pensioenpot.
Om het effect van lage rente op uw verwachte pensioen te dempen, gebruiken we het beschermingsrendement. Stijgt de rente, en is er minder geld nodig voor uw pensioen straks, dan gaat er beschermingsrendement uit uw pensioenpot. Maar dat betekent niet dat uw verwachte pensioen ook daalt. De mate waarin u beschermingsrendement krijgt is ook leeftijdsafhankelijk. Dit is een van de maatregelen om uw (verwachte) pensioen zo stabiel mogelijk te houden.
Beschermingsrendement is extra belangrijk voor oudere (oud-)werknemers en mensen die pensioen ontvangen. Grote schommelingen in het pensioen willen we niet. Jongeren ontvangen minder ‘bescherming’ dan ouderen. Het duurt namelijk nog lang voordat hun pensioen ingaat. Er is dan voldoende tijd om eventuele dalingen weer goed te maken.
Is er daarna nog geld over? Dat is het ‘overrendement'. Dat geld verdelen we dan over de pensioenpotten. Dat gebeurt elke maand opnieuw. Overrendement kan ook negatief zijn. Dan daalt de pensioenpot.
Jongeren ontvangen meer (positief of negatief) overrendement dan ouderen. Dat is in lijn met hun risicohouding. Jongeren kunnen en willen meer risico lopen.
Als het overrendement positief is over het hele jaar, vullen we met 5% hiervan de gezamenlijke buffer (solidariteitsreserve) aan. Dat gebeurt aan het einde van elk jaar.
U krijgt pensioen zolang u leeft. Het maakt niet uit hoe oud u wordt. Als u met pensioen gaat, kijken we naar hoe lang u gemiddeld naar verwachting nog leeft. Op basis daarvan berekenen wij uw maandelijkse pensioen. Wordt u ouder dan verwacht? Dan is hiervoor geld beschikbaar, omdat andere mensen korter leven dan verwacht. U krijgt hiervoor maandelijks een bedrag bijgeschreven in uw pensioenpot. Dit noemen wij “biometrisch rendement”. De hoogte ervan is afhankelijk van uw leeftijd en pensioenpot. Dit wordt gefinancierd vanuit de gezamenlijke buffer (solidariteitsreserve). Leeft u korter dan verwacht? Dan krijgt uw partner een partnerpensioen als u daarvoor heeft gekozen. Het overgebleven geld voor uw pensioen gaat naar de gezamenlijke buffer (solidariteitsreserve). Dat wordt dan gebruikt voor het ‘biometrisch rendement’ voor de andere deelnemers.
Het biometrisch rendement ziet u wanneer u inlogt.